Doolaege, Verbist & De Meyere
Beslag op leasingvoertuigen: ongrondwettelijk.
15-10-2018

Als douaneambtenaren of de politie bij een controle op de weg vaststellen dat de kentekenhouder douane- en accijnsschulden heeft of schulden op basis van een strafrechtelijke veroordeling, kunnen ze het voertuig sinds 1 januari 2017 in beslag nemen als die sommen niet onmiddellijk worden betaald.

Gaat het om een leasingvoertuig, dan wordt de leasingmaatschappij niet rechtstreeks op de hoogte gebracht. Het is dan aan degene bij wie het voertuig staat ingeschreven (de kentekenhouder - leasingnemer) om het bericht van inbeslagname “onverwijld” over te maken aan de eigenaar (de leasingmaatschappij).

Volgt er geen betaling van de schulden binnen 10 werkdagen, dan kan het voertuig verkocht worden (art. 51-58 Programmawet 25 december 2016, BS 29 december 2016).

 

Ook als de leasingmaatschappijen zelf niets te maken hebben met de schulden van de leasingnemer, kan het leasingvoertuig dus in beslag genomen en verkocht worden. Op basis van de wet is niet duidelijk of verzet bij de beslagrechter, dan wel verhaal op de leasingnemer mogelijk is.


In een arrest van 4 oktober 2018 heeft het Grondwettelijk Hof die regeling nu vernietigd. De inbeslagname van voertuigen waarvan de kentekenhouder niet de eigenaar is, is ongrondwettelijk (GwH 4 oktober 2018, nr. 124/2018, http://www.const-court.be). Het hof baseert zich daarvoor op het recht op toegang tot de rechter, dat onderdeel is van het recht op een eerlijk proces. Zelfs als de leasingmaatschappij de beslagrechter kan vatten, kan die enkel vaststellen dat het beslag overeenstemt met de wettelijke regeling. Ook het vorderen van een schadevergoeding van de leasingnemer via een aparte procedure verhindert het beslag en de verkoop niet. Volgens het hof hebben die procedures dus geen enkel nuttig effect en zijn ze daarom niet “concreet en effectief”, zoals vereist.

 

auto

 

Het is enigszins vreemd dat het hof zich niet heeft gebaseerd op het recht op eigendom, dat ook was ingeroepen. Het recht op toegang tot de rechter gaat vooral over procedurele waarborgen, zoals een (duidelijke) beroepsmogelijkheid, een redelijke beroepstermijn en het voorzien van rechtsbijstand. Zo kan de rechtszoekende zijn rechten effectief laten gelden. Wat die rechten dan precies inhouden, is een andere zaak. Als de wet de inbeslagname toelaat van iemands voertuig omdat de kentekenhouder bepaalde schulden heeft, is dat niet zozeer een schending van het recht op een eerlijk proces, maar wel van het recht op eigendom. De leasingmaatschappijen zullen er echter niet wakker van liggen: zij hebben hun slag binnengehaald.