Doolaege, Verbist & De Meyere
DE PROCEDURE INZAKE FISCALE STRAFZAKEN WERD GESTROOMLIJND ter voorkoming van de cumul van belastingen en verbeurdverklaringen en om “dubbele” bestraffingen en procedures te vermijden.
11-06-2019

Bij Wet van 5 mei 2019 werden wijzigingen aangebracht aan diverse wetboeken met het oog op de vereenvoudiging en het stroomlijnen van de strafrechtelijke vervolging in fiscale zaken (gepubliceerd in het B.S. 24 mei 2019).

 

In het wetboek van strafvordering wordt vooreerst de una via procedure uitgestippeld en wordt uitdrukkelijk bepaald dat in geval van ernstige fiscale fraude de fiscale administratie en het openbaar ministerie overleg moeten plegen. De criteria voor de beoordeling van al dan niet ernstige fiscale fraude dienen evenwel nog door de Koning te worden bepaald.

 

Naast de meldingsplicht van de (fiscale) ambtenaren aan het parket ingeval van kennis van feiten die strafrechtelijk kunnen worden vervolgd (artikel 29 Wetb. S.V.), wordt nu ook een meldingsplicht voor het parket ingevoerd. Ingeval van aanwijzingen van fiscale fraude, moet het parket de Minister van Financiën hiervan op de hoogte brengen. Inzage en afschrift van het strafdossier dient dan aan de fiscale administratie te worden verleend, tenzij gevaar voor de lopende strafrechtelijke onderzoeken (artikel 29bis Wetb. S.V.).

audit

De wet wenst een oplossing te bieden aan het fenomeen van de twee (gelijktijdige) procedures ingeval van ernstige fiscale fraude, enerzijds de fiscale/burgerlijke procedure ter bepaling van de al dan niet verschuldigde belastingen en anderzijds de strafprocedure met het oog op de eventuele sanctionering van de feiten. De strafrechter zal naast de strafvordering ook de fiscale/burgerlijke vordering naar zich toe trekken. De fiscus zal als burgerlijke partij in de strafzaak optreden, terwijl de procedure voor de burgerlijke rechtbank (fiscale kamer) beëindigd wordt en door de strafrechter wordt voortgezet (artikel 4bis van de Voorafgaande titel van het Wetboek van Strafvordering).

 

Naast de procedurele aspecten werden ook materiële aspecten gewijzigd. Aan de diverse bepalingen in de fiscale wetboeken aangaande de administratieve geldboeten en/of belastingverhogingen werd een “non bis in idem” - artikel toegevoegd. Daarin wordt niet alleen bepaald dat de strafrechter bij de bepaling van de straf rekening moet houden met de verschuldigde administratieve geldboeten en/of belastingverhogingen, doch ook dat geen verbeurdverklaring voor vermogensvoordelen kan worden opgelegd indien de vordering van de fiscus (lees: belastingen of taksen) gegrond wordt verklaard en tot een effectieve betaling van deze volledige vordering heeft geleid.

 

Hiermee zouden situaties van dubbele bestraffing (strafsancties en administratieve boetes), doch ook van cumul van belastingen en verbeurdverklaring vermeden moeten worden.

 


 

Voormelde bepalingen treden in werking op de datum die nog door de Koning moet worden bepaald, doch ten laatste op 1 januari 2020.

 

De integratie van de fiscale aspecten in de strafzaak ingeval van ernstige fiscale fraude lijkt een efficiënte oplossing te zijn, doch op voorwaarde dat de strafrechters voldoende kennis en ervaring hebben inzake fiscaal recht.

 

Anderen zijn sceptisch wat de toepassing van de verjaringstermijnen betreft, gelet op het onderscheid tussen de fiscale en strafrechtelijke verjaringstermijnen. Er zullen ongetwijfeld nog (praktische) vragen ontstaan, zo bijvoorbeeld de situatie van gescheiden echtgenoten waarbij de ene ex–echtgenoot strafrechtelijk wordt vervolgd voor fiscale fraude terwijl de andere ex-echtgenoot geen verdachte is in de strafzaak, doch wel moet instaan voor de betaling van de belastingschulden daterend uit de periode van het huwelijk. Hoe zal deze strafrechtelijk niet-verdachte persoon betrokken worden in de fiscale discussie voor de strafrechter?

 

Niet enkel de strafrechters, doch ook strafpleiters zullen geconfronteerd worden met de (complexe) fiscale/burgerlijke aspecten in fiscale strafzaken.

 


 

Heeft u vragen ?

Contacteer :