Doolaege, Verbist & De Meyere
Gemeentelijke opcentiemen op de onroerende voorheffing.
03-07-2018

 

Op de onroerende voorheffing mogen gemeenten opcentiemen heffen (zie artikel 464/1, 1° WIB 1992). De opcentiemen worden door de Vlaamse Belastingdienst geïnd samen met de onroerende voorheffing. De gemeenteraad beslist enkel om opcentiemen al dan niet te heffen en over het tarief van de opcentiemen. Tot nu toe werd een vlak tarief opcentiemen geheven over het hele grondgebied van de gemeente.

 

huisjes

 

Met een wijziging van het Decreet Lokaal Bestuur (Decreet van 22 december 2017) voorziet de Vlaamse Decreetgever vanaf aanslagjaar 2019 in de mogelijkheid om vrijstellingen, verminderingen of elke andere vorm van differentiëring met lagere tarieven van de gemeentelijke opcentiemen op de onroerende voorheffing, mits een aantal voorwaarden worden nageleefd (er wordt een derde en vierde lid toegevoegd aan artikel 41 van het Decreet van 22 december 2017), met name :

 

  1. een voorstel van gemeenteraadsbesluit dat vrijstellingen, verminderingen of differentiëring met lagere tarieven vaststelt voor de gemeentelijke opcentiemen op de onroerende voorheffing moet voorafgaandelijk aan de Vlaamse Regering en de bevoegde entiteit van de Vlaamse administratie, vermeld in het decreet van 13 december 2013 houdende de Vlaamse Codex Fiscaliteit, worden voorgelegd;
  2. het dossier dat aan de Vlaamse Regering wordt bezorgd, bevat ten minste een grondige motiveringsnota over de noodzaak van de differentiëring;
  3. de bevoegde entiteit van de Vlaamse administratie levert een advies af over de technische uitvoerbaarheid van de beoogde gemeentelijke vrijstellingen of verminderingen;
  4. het advies, vermeld in punt 3, wordt gevoegd bij het voorstel van gemeenteraadsbeslissing dat aan de gemeenteraad in kwestie wordt voorgelegd.

 

De Vlaamse Regering zal de uitvoeringsmodaliteiten van de verplichte voorafgaandelijke overlegprocedure regelen.