Doolaege, Verbist & De Meyere
Het fiscaal regime van gerealiseerde meerwaarden op Bitcoins en andere cryptocurrencies in de personenbelasting.
05-02-2018

Sedert begin 2017 wordt er in de media steeds meer bericht over cryptovaluta. Dit niet zozeer omwille van de innovatieve technologie waarop deze munten gebaseerd zijn (de blockchain), maar eerder omwille van de aanzienlijke winsten die hiermee op korte termijn gerealiseerd werden en in de toekomst ook nog zouden kunnen gerealiseerd worden.

 

In dit kader kan inderdaad worden vastgesteld dat de koers van bepaalde cryptovaluta ondertussen een zeer spectaculaire stijging achter de rug heeft. Dit geldt niet alleen voor de alom gekende Bitcoin (een stijging van 1.318% in 2017), doch ook voor tal van andere cryptocurrencies (de zgn. “altcoins”) zoals o.a. Ripple (+ 36.018 % in 2017), NEM (+ 29.842% in 2017) en Ethereum (+ 9.162 % in 2017).

 

Het hoeft dan ook niet te verbazen dat heel wat beleggers-natuurlijke personen zich de vraag stellen of zij belastingen zullen moeten betalen op het ogenblik dat zij beslissen om (een deel van) hun positie in een bepaalde munt te verkopen, en – ook belangrijk – hoeveel deze belasting dan zal bedragen.

 

Conform de huidige fiscale wetgeving valt de meerwaarde gerealiseerd bij de verkoop van cryptocurrencies steeds in één van de volgende drie categorieën:

  • ofwel is er sprake van een beroepsinkomen (belastbaar aan de progressieve tarieven gaande van 25% tot en met 50%),
  • ofwel is er sprake van een divers inkomen (belastbaar aan 33%),
  • ofwel is er sprake van een ‘normaal beheer van privévermogen’ (vrijgesteld van belasting).

 

bitcoin

 

Een antwoord op de vragen ‘of’ en ‘hoeveel’ belasting is verschuldigd, is hierbij steeds afhankelijk van de feitelijke omstandigheden waarin de meerwaarde gerealiseerd wordt.

 

Opdat er sprake zou zijn van een beroepsinkomen (belastbaar aan de progressieve tarieven gaande van 25% tot en met 50%), is vereist dat er sprake is van een ‘beroepsactiviteit’. Volgens het Hof van Cassatie is hiertoe vereist dat het gaat om “een geheel van verrichtingen die zich vaak genoeg voordoen en met elkaar verbonden zijn om een voortdurende en gewone bedrijvigheid uit te maken”. In dit kader wordt o.a. rekening gehouden met de financiering van de activiteit (met eigen gelden of met geleend geld), de vraag of de activiteit in het verlengde ligt van de beroepsactiviteit en het aantal en de frequentie van de verrichtingen.

 

Opdat er sprake zou zijn van een divers inkomen (belastbaar aan 33%), is vereist dat het gaat om “winsten of baten, hoe ook genaamd, die voortvloeien uit enigerlei prestatie, verrichting of speculatie of uit diensten bewezen aan derden, zelfs occasioneel of toevallig, buiten de uitoefening van de beroepsactiviteit, met uitzondering van de normale verrichtingen van beheer van privévermogen bestaande uit onroerende goederen, portefeuillewaarden en roerende voorwerpen” (art. 90, 1° WIB92). Met andere woorden: wanneer het realiseren van een meerwaarde (of meerwaarden) op cryptovaluta niet kan worden beschouwd als voortkomende uit een beroepsactiviteit, dan is deze meerwaarde in feite steeds belastbaar als divers inkomen, TENZIJ deze meerwaarde zou voortkomen uit een ‘normaal beheer van privévermogen’ betreffende onroerende goederen, portefeuillewaarden en roerende voorwerpen (hetgeen tot gevolg heeft dat de meerwaarde is vrijgesteld).

 

In de fiscale rechtsleer ter zake worden cryptocurrencies (tot op heden) unaniem gekwalificeerd als “portefeuillewaarden” in de zin van art. 90, 1° WIB92. Bijgevolg kunnen ook de meerwaarden gerealiseerd op bit- of altcoins ontsnappen aan een taxatie als divers inkomen (33%) wanneer men kan aantonen dat de meerwaarde verwezenlijkt werd binnen een ‘normaal beheer van privévermogen’. Dit laatste is over het algemeen het geval wanneer het gaat om handelingen die door een zgn. goede huisvader gewoonlijk gesteld worden om een privaat vermogen te doen aangroeien of te behouden. De administratie interpreteert dit o.a. in die zin dat desbetreffende handelingen geen speculatieve bedoeling mogen hebben (Com. IB92, 90/5.2), waarbij speculatie wordt omschreven als “een transactie met veel risico, waarbij men bij zich voordoende prijsstijging of prijsdaling kans op veel winst, maar ook op een groot verlies heeft”. Ook niet-speculatieve handelingen kunnen echter buiten het normaal beheer van privévermogen vallen.

 

Vraag is dan of het investeren in cryptocurrencies, gelet op het grote risico dat hier onbetwistbaar mee gepaard gaat, überhaupt kan kaderen binnen een ‘normaal beheer’ van privévermogen. Ons inziens is dit zeker niet uitgesloten. Alles zal afhangen van de concrete omstandigheden van het geval zoals:

  • de periode waarin de cryptocurrencies voor het eerst werden aangekocht (zo zal de verkoop van Bitcoins aangekocht in 2013 in beginsel sneller gekwalificeerd worden als een ‘normaal beheer’ dan de verkoop van Bitcoins aangekocht in 2017),
  • de toegepaste strategie (daytrading, swing trading, arbitrage of buy & hold),
  • de wijze van beleggen (zo kan bv. worden gekeken naar de omvang van de aangewende middelen in verhouding tot de omvang van het volledige vermogen, de diversificatie van de portfolio),
  • de wijze waarop de cryptomunten zijn verworven (bv. door aankopen op exchanges, intekenen op ICO’s, mining, airdrops, bounty-programma’s),
  • de reden van de investering (bv. de mogelijkheid om goedkoop kleine betalingen te doen in internationale context, anonimiteit),
  • de wijze van bewaring (bv. op exchanges, in een desktopwallet of in een hardware wallet).

 

Ook de Dienst Voorafgaande Beslissingen (DVB) sluit niet uit dat de meerwaarden gerealiseerd bij de verkoop van cryptocurrencies zijn vrijgesteld van belasting op grond van art. 90, 1° WIB92. Zo wordt ook in haar Nieuwsbrief van januari 2018 gesteld dat “De DVB elke prefiling en aanvraag [inzake meerwaarden op cryptocurrencies] steeds geval per geval zal beoordelen”. Wel is het zo dat de Rulingdienst van mening is “dat beleggingen in virtuele munten doorgaans een speculatief karakter hebben en de inkomsten uit die beleggingen bijgevolg (doorgaans) diverse inkomsten (zullen) vormen overeenkomstig artikel 90, 1° WIB 92 (of beroepsinkomsten wanneer de inkomsten gerealiseerd zijn in het kader van een beroepswerkzaamheid)” (https://www.ruling.be/sites/default/files/content/download/files/nieuwsbrief_dvb_3_nl.pdf). De Rulingdienst gaf hierbij een verdere verduidelijking bij haar eerste ruling inzake meerwaarden gerealiseerd op bitcoin door een student (zie Voorafgaande beslissing nr. 2017.852 dd. 05.12.2017: http://ccff02.minfin.fgov.be/KMWeb/document.do?method=view&id=6f2cb67c-4015-40fb-9d45-e54420e507b0&caller=1#findHighlighted).

 


 

DVDTAXLAW Advocaten kan u met kennis van zaken verder begeleiden in de beoordeling van het fiscaal stelsel van de door u gerealiseerde meerwaarde(n) op cryptocurrencies. Hierbij zal zo mogelijk in de eerste plaats worden gepoogd om zekerheid te bekomen a.d.h.v. het indienen van een rulingaanvraag. Het zal er dan op aankomen om deze aanvraag op een uitgebreide manier te motiveren a.d.h.v. de concrete omstandigheden van het voorgelegde geval. Let wel: een ruling moet op voorhand gevraagd worden, d.w.z. vóór de verrichting die men wenst te stellen heeft plaats gevonden.