Doolaege, Verbist & De Meyere
Toepasselijke rentevoet bij laattijdige betaling of terugbetaling van inkomstenbelastingen: ook voor het jaar 2022 gelden dezelfde percentages.
29-10-2021

Sinds 2018 kan het tarief van de nalatigheidsinteresten (verschuldigd bij laattijdige betaling) en de moratoriuminteresten (surplus bij terugbetaling) inzake inkomstenbelastingen jaar na jaar wijzigen (althans theoretisch).

 

Het tarief inzake nalatigheidsinteresten wordt jaarlijks vastgesteld op basis van het gemiddelde van de referte-indexen J met betrekking tot de lineaire obligaties op 10 jaar van de maanden juli, augustus en september van het voorgaande jaar (art. 414, §1, lid 2 WIB92). De alzo bekomen rentevoet mag echter nooit minder dan 4 en nooit meer dan 10% bedragen.

 

Het tarief van de moratoriuminteresten is sindsdien gelijk aan dat van de nalatigheidsinteresten, maar “verminderd met twee procentpunten" (art. 418, lid 2 WIB92). Beide percentages zijn sindsdien dus niet langer gelijk.

 

In dit kader heeft de wetgever aan de FOD Financiën de opdracht gegeven om jaarlijks, tijdens het laatste trimester van elk jaar, de te gebruiken rentevoet bekend te maken (art. 414, lid 3 WIB92).

 

Bij bericht van 27 oktober 2021 heeft de FOD Financiën hier opnieuw gevolg aan gegeven, ditmaal voor het jaar 2022 (http://www.ejustice.just.fgov.be/cgi/article_body.pl?language=nl&caller=summary&pub_date=2021-10-27&numac=2021033639%0D%0A#top).

Uit dit bericht blijkt dat, ook voor het jaar 2022, de rentevoet gelijk blijft. De nalatigheidsinteresten blijven bepaald op 4%. Ook de moratoriuminteresten blijven dus bepaald op 2%.

 


 

Volledigheidshalve merken wij op dat deze specifieke regeling inzake nalatigheids- en moratoriuminteresten enkel geldt voor de (federale) inkomstenbelastingen (en in toepassing van het Decreet van 30 mei 2008 ook inzake Vlaamse gemeentebelastingen). Voor laattijdige betaling en terugbetalingen van o.a. btw of gewestbelastingen (erfbelasting, registratiebelasting, onroerende voorheffing,…) geldt een afzonderlijke regelgeving en daardoor dus ook een afzonderlijk percentage.